In de wereld van hondenrassen hebben de Australian Labradoodle en de Australian Cobberdog een prominente plek veroverd. Hun populariteit is grotendeels te danken aan hun uitzonderlijke vriendelijkheid, intelligentie en hypoallergene, niet-verharende vacht. Deze eigenschappen maken hen aantrekkelijk voor gezinnen, mensen met allergieën en bijzonder geschikt als ondersteunings- en therapiehonden. Om het verhaal achter deze unieke rassen te begrijpen, moeten we teruggaan in de tijd.
Ontstaan in Australië
In de late jaren 1980 begon de Australische fokker Wally Conron met het fokken van een hulphond die de zachtaardigheid van de Labrador Retriever combineerde met de intelligentie en vachteigenschappen van de Poedel. Hoewel dit experiment een hond met unieke kwaliteiten opleverde, was het ras in de beginjaren nog niet consistent. De eerste kruising werd een ‘gewone’ Labradoodle genoemd. Na Conrons experiment speelden Mellodie Woolley van Tegan Park en Beverley Manners van Rutland Manor een cruciale rol in de verdere ontwikkeling van de Australian Labradoodle. Zij introduceerden andere rassen, zoals de Engelse en Amerikaanse Cocker Spaniel, de Ierse Water Spaniel en de Curly Coated Retriever, om de genetische diversiteit en eigenschappen van het ras te verbeteren. Dit resulteerde in de Australian Labradoodle zoals we die vandaag kennen.
De ontwikkeling van de Australian Cobberdog
Aanvankelijk werd de term ‘Australian Labradoodle’ gebruikt om honden te beschrijven die in Australië werden gefokt volgens de visie van Tegan Park en Rutland Manor. Echter, na verloop van tijd verschenen er veel Labradoodles die niet voldeden aan deze oorspronkelijke visie. Hierdoor werd het moeilijk om onderscheid te maken tussen de authentieke Australian Labradoodles en de niet-originele varianten. Tegenwoordig is de (Australian) Labradoodle vaak doorgefokt, zonder controle over de oorspronkelijk bedoelde eigenschappen. In 2012 besloot Beverley Manners haar foklijnen voor te dragen voor raserkenning bij de Master Dog Breeders and Associates (MDBA) en veranderde de naam naar ‘Cobberdog’. Dit om de authenticiteit van het ras en de goede foklijnen van Tegan Park en Rutland Manor te behouden, en zich te onderscheiden van doorgefokte Labradoodles.
Op de website van de Australian Labradoodle-rasvereniging ALAEU wordt vermeld dat zowel de Australian Labradoodle als de Australian Cobberdog “dezelfde wijn in andere zakken” zijn. Dit is echter niet het geval. De Australian Cobberdog is namelijk het eindproduct van het oorspronkelijke Labradoodle- en Australian Labradoodle-fokprogramma en staat onder streng fokbeleid van een onafhankelijk bestuur.
Ons erfgoed
Bij DoubleStreet zijn we trots op het erfgoed van onze honden, die allemaal afstammen van de honden gefokt bij Tegan Park en Rutland Manor. Met grote zorgvuldigheid worden onze honden gefokt om zowel gezondheid als karakter te waarborgen. Onlangs hebben we onze roedel versterkt met een prachtige reu genaamd Rutland’s The Duke N Style. Duke is grootgebracht in Australië door Beverley Manners zelf en heeft een prachtige afstamming van honden die zich hebben bewezen in de gedragskenmerken van de Australian Cobberdog. Met zijn innemende karakter, hoog intelligentieniveau en zijdezachte, niet-klittende fleecevacht is hij een waardevolle aanvulling op ons fokprogramma en draagt hij bij aan ons streven naar kwaliteit en excellentie binnen het ras.